Home    

H&I     Dorpsfeestcomite     Braderie Harkema     PLB Harkema     Geschiedenis     Dorplinks     Recreatie en Toerisme     Adressenboek Harkema     Sport     Tuindorp    



 

Bedrijf van de maand

September


Vepra auto`s



 

Het oude dorp Harkema-Opeynde.

 

BuwekloosterHet oude dorp lag ten noorden van het huidige Harkema. De kern werd gevormd door de huidige Hamsterpein en Bouwekleaster.Vanouds heette de buurtschap Opein of Opeynde (in de volksmond de Pein). Het hoorde bij het dorpsgebied van Augustinusga. Voorafgegaan door de stichting van het Gerkesklooster (alias Jeruzalem) werd in 1252 het Buweklooster (alias Mariëngaarde) gesticht door Buwe Harkema. Beide kloosters vielen binnen de parochie Augustinusga.Een decanaat register uit de 15e eeuw noemt voor het eerst de namen van de dorpen van Achtkarspelen. Het waren er toen negen, waaronder Harkema-Opeynde. Het register vermeld: Cortwolda, Suderhusum, Harkingekerke, De Sancto Augustino, Asterham alias Drogeham, Westerham vel, Uptwysel, Utpost en Post .Harkema-Opeynde of zoals hier genoemd Harkingekerke nam toen qua grootte al een bescheiden plaats in.  

Dorpsgrenzen Harkema-Opeynde tot ± 1850.

 

Harkema-Opeynde was een langgerekt dorpsgebied dat zich uitstrekte van Lutjepost tot Rottevalle, tussen bekende dorpen als Drogeham, Augustinusgae, Suyrhuysum en Suyr Huys ter Veen. Tot omstreeks 1850 beperkte het woongebied zich noordelijk van de Homear tot en met de buurtschap Reahel.

 

Ontstaan van het heidedorp Harkema Opeinde.

 

Het heidedorp begon in de 19e eeuw vorm te krijgen. Het ontstond op onontgonnen heidevelden; de bevolking week er in samenstelling af van omliggende dorpen.Niet boeren of neringdoenden vormden hier de hoofdgroep, maar arbeiders.Het ontstaan van heidedorpen hangt samen met het aflopen van veen ontginning. Nadat het hoogveen afgegraven was, bleef er een “verwoest” gebied achter.Een verplichting voor de verveners om de bonkveenlaag met de zandondergrond te mengen tot dalgrond om zo een teeltlaag te verkrijgen bestond in Friesland niet. Alle veen materiaal, inclusief de bonkveenlaag werd afgevoerd, Op de onegale,
afgeveende terreinen ontwikkelde zich een schraal en ruig heidegebied. Sommige van de veenarbeiders zijn in staat geweest op deze gronden een klein agrarisch bedrijfje te beginnen. De bewoning kwam het snelst op gang langs de wijken. Door de nood gedwongen vestigden zich de minst succes vollen op de restanten heide. Restanten die wegens de geringe vruchtbaarheid, noch door de boeren van omliggende dorpen, noch door de eerste kleine keuters als cultuurland in gebruik waren genomen. Van een algehele vrije vestiging op de heide was echter geen sprake. Veel vestigers kochten of huurden een kampje grond om er een eenvoudig onderkomen te bouwen en in het dagelijks bestaan te voorzien door het houden van een paar schapen en een geit en door de verbouw van wat aardappelen. Bijverdiensten door seizoenwerk elders, bijvoorbeeld in de hooioogst in het midden en westen van Friesland en door eenvoudige huisvlijt zoals het maken van bezems en het weven van matten, maakte slechts een uiterst karig bestaan mogelijk. Wie geen grond kon kopen was aangewezen op het bouwen van een plaggenhut op de heide, met of zonder toestemming van de eigenaar.

 

De woon- en leefsituatie omstreeks 1910.

 
De toenmalige bevolking woonde grotendeels in omstandigheden die verre van gunstig waren.Een enquête uit 1905 wees uit dat er in de gemeente nog 217 woningen waren waarvan de wanden geheel uit aarde/plaggen waren opgetrokken.Over de bouw van een dergelijke hut zijn vele verhalen in de omloop.

Ging een paartje trouwen dan werd op de trouwdag een (plaggen)hut opgebouwd. Met vereende krachten werden plaggen gestoken en als “muren” opgetrokken. Van natuurlijk materiaal werd een dak aangebracht en tegen de avond was de hut “bewoon klaar”. Het vraagt weinig fantasie om je voor te stellen dat de woonsituatie binnenin tot ellendige problemen leidde. Een ongezond leefklimaat, een samenlevingsvorm met normvervaging op velerlei gebied en een vrijwel hopeloos toekomstbeeld.

Nog in 1937 constateerde men dat driekwart van alle woningen slechts één woonvertrek bezat, van minder dan 10 m oppervlak met een hoogte van nauwelijks 2 meter. In dit ene vertrek werd gewoond en geslapen. Het laat zich denken dat in die “woningen”, veelal bevolkt door talrijke gezinnen van geen gezond leefklimaat sprake was.

Een naoorlogse inventarisatie laat zien dat dan nog de meeste één- en tweekamerwoningen in Harkema Opeinde zijn te vinden. Ze staan zeer verspreid gebouwd.

 

De eerste woningbouw.

 

Bouw van een nieuwe woningwet woning

 In 1908 werd bij Koninklijk Besluit de Woningstichting Achtkarspelen opgericht “ter verbetering der volkshuisvesting”.De bevolking waarvoor gebouwd moest worden was over het algemeen zeer arm en werd er al verdiend, dan vaak tijdelijk en tegen een lage verdienste. Huur kon der halve nauwelijks worden geïnd. Men trachtte dit te ondervangen door bij de woningen een behoorlijk stuk akkerbouwgrond te voegen. Loon- arbeid bij de boer of elders bleef hoofdverdienste, maar het zelf voorzien in leefbehoefte (bijv. Winterprovisie of klein vee) werd hiermee wel gediend.De eerste door de Woningstichting gebouwde woningtypen bevatten dan ook vaak een klein koehuis met stal(len). Ook een privaat was voorzien. De kamer (± 17 m bevatte tevens 2 bedsteden).

 

Het nieuwe Harkema-Opeinde.

 

In 1920 nam de gemeenteraad van Achtkarspelen een besluit om enkele dorpsgrenzen te wijzigen. Eén van dorpsgrenzen die gewijzigd werd, was die van Harkema-Opeinde. Het oude dorp, toch al sterk op Drogeham georiënteerd, werd bij deze plaats gevoegd. Het gedeelte ten noorden van het Koloneisdiep (het latere Prinses Margrietkanaal) en het gedeelte ten oosten van de Feansterfeart kwamen bij Augustinusga resp. Surhuizum. Alleen het kerkhof Bouwekleaster herinnert nog aan het oude dorp Harkema-Opeynde. Op 1januari 1921 werd dit besluit een feit.

Ten zuiden van het oorspronkelijke dorp was intussen een geheel nieuw dorp ontstaan. Dit nieuwe dorp kreeg de oude naam Harkema-Opeinde mee. Het kreeg door het besluit een dorpsstatus. Met een grootte van ± 470 woonadressen zowaar geen onbegrepen besluit.

In 1946 was Harkema-Opeinde met 2780 inwoners het grootste dorp der gemeente. In 1950 is de bevolking naar een inwonertal van 2870 gegroeid.Harkema-Opeinde herstelde zich zelf en schiep zijn eigen toekomst.Het werd een dorp vergelijkbaar met andere, sneller dan menig maatschappelijk werker had kunnen denken. Nog voor 1960 kreeg het sportvelden, gymnastieklokalen en nieuwe scholen. Er werd volop gebouwd, van gemeentewege maar vooral door eigen initiatief.  Op 1 januari 1972 wordt de dorpsnaam Harkema-Opeinde gewijzigd in Harkema.

 

Al deze informatie is terug te vinden in het boek  “Van Harckma Op’t Eynde tot Harkema- Opeinde”.

 

Het boek is geschreven door dhr. Hendrik Land. woonachtig aan de Teake Schuilingalaan 70 in Surhuisterveen. Tel.nr: 0512 362536  

 

 

 



 

Uw advertentie hier? neem contact met ons op.


contact      disclaimer      design BC